Menu
Publicaties

Prestatieafspraken over wonen: zorg voor dwarsverbanden

De nieuwe Woningwet biedt een nieuw kader voor woningcorporaties en gemeenten om tot prestatieafspraken te komen. Meer dan ooit is de woonvisie daarbij het kerninstrument waarop corporaties een ‘bod’ uitbrengen.

Ik ga er van uit dat de gemeenten hun woonvisie opstellen op basis van gefundeerde data, in een goed interactief proces met de samenleving, en qua onderwerpen de breedheid van het domein wonen niet schuwen. Een goede woonvisie raakt m.i. tenminste de thema’s: identiteit van de gemeente, bouwopgave, woonmilieus en –kwaliteit, toekomstige woningvoorraad, Wonen-Welzijn-Zorg, beschikbaarheid voor doelgroepen, gebiedsgericht beleid en –speerpunten.

Vele beleidsterreinen

Woningcorporaties zijn belangrijke partijen voor de uitvoering van het gemeentelijk woonbeleid. Het spreekt dus me´e´r dan vanzelf dat prestatieafspraken met corporaties een belangrijk middel zijn om tot beleidsuitvoering te komen. Maar de woonvisie raakt ook aanpalende beleidsvelden zoals sociaal beleid (sociale cohesie, opvang dak- en thuislozen), wonen-welzijn-zorg (zorgverlening in wijken, maatschappelijk vastgoed in wijken) en werkgelegenheidsbeleid (inzet leerling-werkplaatsen).

Juist het feit dat zo’n woonvisie dus vele beleidsterreinen raakt, biedt een kans om het maatschappelijk veld zelf tot goede dwarsverbanden te laten komen, maar ik vrees het ergste.

Waarschijnlijk zal het zo gaan dat op basis van de woonvisie de gemeente de woningcorporaties uitnodigt om een bod te doen op de elementen waar de corporatie op kan worden aangesproken (kerntaak), en daarover prestatieafspraken te maken. En vervolgens gaat de gemeente op de andere beleidsvelden in gesprek met andere verantwoordelijke maatschappelijke organisaties om op hun terrein iets soortgelijks te doen.

Daarmee laat de gemeente een unieke kans liggen om echte dwarsverbanden te laten ontstaan (ik probeer manhaftig het woord ‘integraal’ te vermijden) en de samenleving zichzelf te organiseren.

Binnen- en buitenring

Stel je eens voor dat parallel aan de onderhandelingen met de woningcorporaties andere maatschappelijke organisaties gedurende het hele proces betrokken zijn. Je zou kunnen denken aan een ‘binnen- en buitenring aanpak’. In de binnenring vinden de onderhandelingen plaats tussen gemeente, corporaties en huurdervertegenwoordigers, en in de buitenring kunnen maatschappelijke organisaties werkzaam in de andere beleidsvelden meeluisteren en waar nodig interveniëren, suggesties doen.

Op een natuurlijke wijze kan het maatschappelijke veld daarmee in staat worden gesteld tot afstemming te komen. Organisaties weten van elkaar wie waar over denkt, wie wat doet, waar gaten ontstaan etc. De gemeente kan meer in de rol van regisseur optreden in plaats van achteraf zelf tussen alle beleidsvelden verband aan te moeten brengen. De veel gewenste samenhang qua beleid en aanpak in het sociale domein komt daarmee beter tot stand dan nu vaak het geval is.

Ik zou, gelet op de rol die gemeenteraden hebben en hun grote aandacht op de decentralisaties mij kunnen voorstellen dat zij ook zitting nemen in de buitenring en het proces volgen. Als zij kunnen zien dat maatschappelijke partijen in een goed proces tot afstemming en afspraken komen, en de resultaten binnen de vooraf bepaalde kaders blijven, kunnen zij volstaan met ‘afzegenen’ en hoeft er geen politieke discussie meer te worden gevoerd. Dat is althans mijn - politieke – mening. Welke gemeente neemt de handschoen op om de te maken prestatieafspraken te benutten om maatschappelijke dwarsverbanden te laten ontstaan?

Gepubliceerd Binnenlands Bestuur